Kleuters

Zo rekenen de kleuters door Elly van Duijn

Bij rekenen denk je al snel aan rijtjes sommen, de klok kijken, meters en kilometers.
Dat gebeurt natuurlijk niet bij de kleuters. Als we gaan rekenen gaat het over dingen die heel dichtbij zijn. Denk bijvoorbeeld aan: Hoeveel kinderen zitten er in de kring, zullen we samen tellen?
Hoeveel jongens zijn er? Wie zijn er een jongen? En hoeveel meisjes zijn er?
Tellen is het makkelijkst als je het voelt in je lichaam.
Terwijl je van de ene naar de ander hoepel loopt, kun je je stappen tellen.
Als je een kastanje pakt en in de eierdoos legt, voel je me je handen, kijk je met je ogen en zie je hoe twee of drie (kastanjes) eruit ziet. Je kunt natuurlijk ook luisteren en tellen met je ogen dicht. Dan hoor je telkens een “plok” als de kastanje in het kleine pannetje valt.
En vanmorgen telden we met ons allen toen mijn telefoon zeker 8 keer overging voor hij stopte.
Sommige kleuters begrijpen al begrippen zoals eerste en laatste en weten wat meer en minder is.

Klokkijken is nog veel te abstract. Wel maken we elke ochtend onze klassenkabouter Pompidom wakker en zingen over de nacht die voorbij is gegaan en de zon die stralend opstijgt. In de middag gaat Pompidom weer naar bed voor zijn rustuurtje en gaan de gordijnen dicht.
Met de pictogrammen/ beelden van alle activiteiten kunnen de kinderen het programma van de dag zien en leren ze de volgorde.

En meters en kilometers meten we niet maar we kunnen wel uitvinden wie groot is en wie klein. En als je samen gaat rennen over het schoolplein, ervaar je hoe groot de afstand is van de ene kant naar de andere kant.

De kleuters leren vooral rekenen door te DOEN en in ieder moment ligt een rekenmoment besloten.