VSO 4A

VSO 4A door Victor Stok



Op 24 mei zijn we gestart met het "droom je baan" traject.
Wat willen de leerlingen, waar droom je van...?

Om daar meer over te weten te komen hebben we een aantal oud-leerlingen uitgenodigd. Zij hebben vrij genomen om aan de huidige bovenbouwleerlingen iets te vertellen over hun werk.
Een aantal bijzonderheden uit die verhalen:
- Hennie is schilder geworden, heeft zelfs een rijbewijs en mag ook af en toe alleen naar een klus. "Mensen zijn blij als wij komen. De stukadoor en timmerman maken rommel, wij maken het mooi."
- Magdalena heeft verschillende baantjes gehad en tussendoor ook thuis gezeten. Nu werkt zij bij de hondenuitlaatcentrale. "Ik fiets heel Zeist door."
- Max werkt al een aantal jaren in een restaurant. Hij wil nu van baan veranderen, wil graag bij ouderen werken. "Daar heb ik meer tijd om even met de mensen te praten"
- Alychia werkt bij de versmarkt, met veel plezier. "Kaas inpakken vind ik leuk"

Deze vorm was nieuw voor de bovenbouwers. Zo een presentatie krijgen. Ze waren best wel stil, er werden enkele vragen gesteld.

Op 31 mei zijn we verder gegaan.
Wat is je droombaan?
Veel leerlingen hebben wel een idee wat ze graag willen doen. Is dit ook realistisch? Kan het echt.

Na de vraag "Wat is je droombaan" kregen de leerlingen nog 3 vragen:
"Wat kan je al?"
"Wat moet je nog leren?"
"Wat word je eerste stap?"

Met elkaar zijn we deze vragen, in kleine groepjes gaan beantwoorden. Vooral de vraag "Wat moet je nog leren?" werd als moeilijk ervaren. Inderdaad, benoem maar eens wat je niet weet. Dat is lastig.
Met een beetje hulp, gelukkig veel van de klasgenoten, kwamen de leerlingen eruit.

Het traject is nog niet klaar, we gaan verder: Kijken en leren bij het restaurant "Bij Johannes", maar ook de ouders worden uitgenodigd om op een avond te praten over wat zij als droom voor hun kind hebben. Uiteindelijk sluiten we het traject af op 10 juli, wat gelijk de afscheidsavond van de schoolverlaters wordt.

Victor

Vol Hoofd

 Natuurlijk bereiden wij, de leerkrachten, onze lessen voor. Maar soms komt er iets op je pad en dan moet je improviseren. Er kunnen dan bijzondere dingen ontstaan getuige het verhaal en de foto’s hieronder.

Een leerlinge had ruzie met een ander meisje gehad maar ze wilde er niet over praten. Vaker had ik gemerkt dat zij veel problemen voor zich hield. Het werd regelmatig te vol in haar hoofd. Hierdoor kon ze de instructie in de les niet opnemen. Ook kon ze boos worden.
Hoe kon ik haar duidelijk maken dat het belangrijk is om over dingen te praten?

In mijn klas staan twee potten met gekleurde letterdobbelstenen. Ik pakte ze erbij en een leeg kopje.
“Kijk” zei ik, “dit kopje is jouw koppie, jouw hoofd. Als jij iets meemaakt, iets ziet, dan komt dat in jouw hoofd. “ Ik mikte één letterdobbelsteen in het kopje.
“Maar je maakt meer mee” vervolgde ik en ik deed er nog een dobbelsteen bij. “Past het nog?” “Ja” zei de leerlinge.
Afijn, u voelt ‘m al aankomen: ik stopte meer en meer dobbelstenen in het kopje wat te zien is op de eerste foto.

“Op een gegeven moment zit je hoofd vol. Maar wat als er dan nog meer bijkomt?” en ik gooide alle 200 de letterdobbelstenen in het kopje. Dat paste natuurlijk helemaal niet en de 
stenen vlogen door de klas.
Dit wekte de nodige hilariteit op bij de klas. Best grappig, een meester diezomaar dobbelstenen op de grond gooit. Maar het beeld werd ook duidelijk: het was een zooitje, een chaos. Als er te veel gebeurt in je hoofden je doet er niets mee, dan “loop je over”.


Ik haalde het kopje weer leeg en we ruimden met de klas de dobbelstenen op. Mooi om te zien overigens dat vrijwel alle leerlingen spontaan gingen helpen met het opruimen. Ik werkte zelf ook mee hoor, ik had de bende ten slotte gemaakt ☺

We kwamen bij de moraal van het verhaal. Ik stopte één dobbelsteen in het kopje.
“Kijk, als er iets gebeurt, moet je zorgen dat het een plekje krijgt, dat je er over praat. Je moet er iets mee doen. Als je dat niet doet kan het zijn dat je hoofd te vol zit.”
Het meisje zei niet veel, maar volgens mij was ze er over aan het nadenken.

De activiteit riep reactie op bij andere leerlingen.
“Ja”, zei een andere leerlinge, “ik heb dat wel als de groepsleiding met mij wil praten, maar dan zit mijn hoofd vol en ik kan niet luisteren. “
Ik liet het volle kopje – foto twee – aan haar zien. “Volgens mij is jouw hoofd zo vol dan, klopt dat?” Ze knikte. Ik liet er één dobbelsteen op vallen. Deze viel er onmiddellijk naast.
“Dat is het verhaal van de groepsleiding. Dat verhaal kan er niet bij.”

“Mijn moeder maakt altijd to-do lijstjes.” zei een andere leerling, “maar ik vind dat lastig want ik moét zoveel.”
Ik pakte acht dobbelstenen, twee witte en zes willekeurige. Ik legde ze op een rijtje neer zodat de witte op de derde en zesde plek lagen.
“Kijk: de gekleurde zijn dingen die je gaat doen en de witte staan voor niets-doen, voor pauze, voor rust. Als je in je planning ook rust plant, heb je ruimte voor ontspanning. Twee dingen doen, dan rust, dan weer twee dingen doen, weer rust en tot slot de laatste twee dingen doen.”
De leerling knikte, ja dat kan.

Nee, de leerlinge had nog niet verteld wat haar dwars zat. Maar een stapje in het proces had ze mogelijk wel gezet. We gaan het zien.