Relaties, weerbaarheid


Romantische relaties en seksualiteit zijn ook belangrijke thema’s in het leven van mensen met een verstandelijke beperking. Dat blijkt onomstotelijk uit onderzoek. Het is een onderdeel van de totale ontwikkeling waar we niet omheen kunnen. Daarmee is ook relationele – en seksuele vorming belangrijk voor mensen met een verstandelijke beperking. Het draagt ook bij aan een positief zelfbeeld en aan de weerbaarheid.


Verslag ouderavond
over relationele en seksuele vorming

Deze ouderavond stond in het teken van relationele en seksuele vorming en het vlaggensysteem.

Stel je hoort twee leerlingen op het schoolplein die met elkaar praten over “kussen” dan kan dat bij verschillende leerkrachten en ouders ook verschillende reacties oproepen. Het vlaggensysteem dat we op deze avond leerden kennen, is een manier om tot een meer objectieve waarneming te komen om van daaruit te bepalen wat de beste manier is om te reageren. Daarmee kan de vraag beantwoord worden; behoort de situatie tot gepast gezond gedrag of is er sprake van grensoverschrijdend gedrag?

Er zijn vier verschillende niveaus van voorlichting op het gebied van relationele en seksuele vorming. Deze vier vormen van voorlichting worden ook ingezet door de leerkrachten. Ook zal het beleid grotendeels worden gebaseerd op deze vier niveaus. De niveaus zijn als volgt:

  • Ad hoc
    Er zijn altijd dingen die leerlingen aandragen gedurende de dag. Dat kunnen ook onderwerpen zijn zoals, zwangerschap, verliefdheid en de eerste keer ongesteld zijn. Kinderen kunnen daarover te pas en te onpas vragen stellen. Voor hen is dat op dat moment belangrijk. Je kunt dan de situatie negeren, of er op in gaan. Dat zijn de ad hoc situaties waarop de reactie van de leerkracht of ouder essentieel is. Als leerkracht moet je snel een inschatting kunnen maken hoe je gaat reageren en afstemmen op de leeftijd, en niveau van de leerling. Je kunt er ook voor kiezen om er op een later moment op in te gaan of een onderwerp uit te werken in een lesje. Het is belangrijk om zo concreet mogelijk te reageren. Voor kinderen met een beperking is een beeld of metafoor die letterlijk genomen wordt niet handig, zelfs zeer verwarrend.
  • Voorleven
    Leerlingen leren door wat ouders en leerkrachten doen en zeggen. Dit vraagt van leerkrachten en ouders om afstemming en afspraken over hoe we ons kleden, welke woorden we wel en niet gebruiken, hoeveel afstand we houden t.o.v. elkaar en hoe we ons gedragen bij verjaardagen bijv. zoenen we een jarige medewerker of geven we een hand, hoe gaan we om met troosten, met een kind op schoot nemen. Dat kun je doen met een leerling van 4 of 5 jaar, als die leerling dat prettig vindt. Een leerling van 10 kun je ook troosten door een hand op de schouder te leggen. Hoe vroeg, laat begin je daarmee? Wat is gepast en ongepast? En dat ligt voor de ouders wel even anders. Dat is voor het kind niet altijd duidelijk. Thuis mag ik wel op schoot en op school zijn “onze manieren” anders.
  • Initiatief van de leerkracht
    Een leerkracht kan, op basis wat hij/zij signaleert, extra aandacht besteden aan een bepaald onderwerp. De leerkracht heeft hierover nagedacht en daar een les van gemaakt, naar aanleiding van een voorval. Een voorbeeld van zo’n voorval kan zijn: leerlingen praten over verkering of verliefd zijn in de pauze of dat de groepsleidster zwanger is.De leerkracht kan de leerling apart nemen n.a.v. een situatie; bijv. als een leerling probeert een andere leerling een zoen te geven op het pauzeveld.
  • Cyclus (volgen van de leerlijn)
    Op terugkerende vaste momenten binnen de leerlijn sociaal-emotionele ontwikkeling wordt er les gegeven aan de doelen van de leerlijn en in dit half jaar vanuit de subleerlijn: lichaamsbesef.

In het OPP wordt ook deze leerlijn geëvalueerd. De leerkracht zet de doelen van deze subleerlijn lichaamsbesef in het werkplan van sociaal-emotionele ontwikkeling. De leerkracht kan rekening houdend met de leerlingen ervoor kiezen om een les klassikaal, in een groepje leeftijdgenoten, in een jongens of meisjesgroepje een onderwerp te behandelen, of misschien af en toe individueel. In het OPP-gesprek zal de leerkracht hierover ook vertellen.

Kennis maken met het vlaggensysteem
Neomi liet enkele afbeeldingen zien, waarbij ouders en leerkrachten een gekleurd vouwblaadje (vlag) moesten opsteken, die zij passend vonden bij de situatie .

Groene vlag: aanvaardbaar gedrag en positief in de ontwikkeling
Gele vlag: licht grens overschrijdend
Rode vlag: zorgwekkend grensoverschrijdend
Zwarte vlag: zwaar seksueel grensoverschrijdend.

Na het kleur bekennen werden de criteria besproken waardoor het gedrag in een situatie meer objectief kan worden bekeken. De criteria zijn als volgt:

  1. Is er wederzijdse toestemming in de situatie
  2. Is er sprake van vrijwilligheid
  3. Is er sprake van gelijkwaardigheid
  4. Is het leeftijds-of ontwikkelings adequaat
  5. Is de context adequaat
  6. Is er sprake van zelfrespect

Enkele situaties en de bijbehorende vlag volgens het vlaggensysteem waren:

  • Drie kindjes van 3 jaar zijn in de slaapkamer een seksueel spelletje aan het spelen. Ze zijn naakt en maken veel pret (Groene vlag, aan alle zes de criteria wordt voldaan).
  • Een leraar aait een leerling van 7 door het haar (Gele vlag, de situatie is immers niet gelijkwaardig. Het is onduidelijk of de leerling toestemming heeft gegeven en of er sprake is van vrijwilligheid).
  • Een moeder wast de piemel van haar 12-jarige (niet verstandelijk beperkte) zoon onder de douche. Ze vindt een goede hygiëne belangrijk (Rode vlag, het is niet gelijkwaardig en leeftijds- of ontwikkelings-adequaat. Ook is het onduidelijk of het kind toestemming heeft gegeven. De situatie past wel in de context.).
  • Een meisje van 10 zit op schoot van een volwassene. Deze streelt haar borstjes terwijl ze dat leuk vindt (Zwarte vlag, er wordt aan geen van de criteria voldaan. Het meisje vindt het leuk, echter spelen hier andere factoren een rol. Het meisje weet nog niet wat de verschillen zijn tussen volwassen- en kinderseksualiteit. Ze heeft geen idee wat er gaat gebeuren en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. Daardoor is er zeker geen sprake van toestemming).

Het vlaggensysteem geeft ouders handvatten om de situatie waarin een kind bepaald (seksueel) gedrag vertoont, te kunnen duiden en hoeven ze zich ook lang niet altijd te bezorgd of beschaamd te voelen. Aan de andere kant werd ook duidelijk hoe wij als volwassenen ons moeten gedragen om leerlingen gepast te benaderen en wat onze taak is wat het ontwikkelen van weerbaarheid betreft.


Brochure seksuele opvoeding

In samenwerking met de CED-groep heeft Rutgers WPF een brochure ontwikkeld over seksuele opvoeding voor ouders met kinderen van 0-18 jaar met een beperking.

De brochure biedt ouders informatie en tips over de seksuele ontwikkeling en opvoeding van kinderen en jongeren met een lichtverstandelijke, auditieve, visuele en lichamelijke beperking, een stoornis in het autisme spectrum en ADHD.

U kunt de brochure downloaden op de website van Rutgers.


Verslag ouderavond
over relationele – en seksuele vorming (2 april 2014)

Waarom ook relationele vorming?

Als je niet weet hoe je met een ander omgaat, kun je later ook problemen krijgen in een seksuele relatie, ook al heb je nog zo’n goede seksuele voorlichting gehad. Daarom is het belangrijk dat er op school relationele – en seksuele vorming wordt gegeven met aandacht voor relaties.

Seksueel geweld en grensoverschrijdend gedrag

Daarbij moeten we ons ook realiseren dat met name mensen met een verstandelijke beperking veel vaker seksueel geweld meemaken. De harde feiten:

  • meer dan 60% van de vrouwen heeft naar eigen zeggen te maken gehad met een vorm van seksueel geweld en
  • bijna een kwart van de mannen
  • omgekeerd is er een verhoogd risico dat zij ook zelf grensoverschrijdend gedrag vertonen waar anderen slachtoffer van worden.

Ontwikkelingen op school

Meerklank is hard bezig met de voorbereidingen om lessen te kunnen geven over relationele – en seksuele vorming.
De ‘werkgroep relationele – en seksuele vorming’ heeft een visie ontwikkeld waar onder meer in staat:

Het onderwijs dient aan te sluiten bij het ontwikkelingsniveau en de onderwijsbehoefte van de leerling. Voor iedere leerling wordt de relationele – en seksuele ontwikkeling bijgehouden in het leerlingvolgsysteem en geëvalueerd in het OPP (OntwikkelingsPerspectief Plan).

Meerklank vindt dat ouders/verzorgers en school beide een belangrijke taak hebben in de opvoeding, dus ook in de relationele – en seksuele vorming van hun kind. Maar ouders blijven eindverantwoordelijk voor een gezonde ontwikkeling op dit vlak.
De VSO Leerlijn Seksuele vorming biedt de school een kader voor het aanbieden van seksuele vorming in het onderwijs. Meerklank werkt momenteel aan een aanpassing om de leerlijn passend te maken voor onze school. U vindt in de Leerlijn ook een omschrijving van de seksuele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking (pag. 3).

Relationele – en seksuele vorming gaat over:

  • lichaamsbesef
  • hygiëne
  • lichamelijke veranderingen in de pubertijd
  • weerbaarheid: aangeven van eigen grenzen
  • respecteren van andersmans grenzen
  • seksuele voorlichting
  • seksuele normen en waarden
  • verliefdheid
  • vriendschappen
  • omgaan met sociale media

Ouders

Deze ouderavond was een eerste gelegenheid om ervaringen uit te wisselen en vragen te inventariseren. Bij de ouders binnen het VSO blijken onder meer de volgende zaken te spelen:

  • zorgen over seksueel misbruik (weerbaarheidstrainingen zijn geen garantie). Hoe kunnen we ze weerbaar maken/het voorkomen?
  • zorgen over het feit dat onze kinderen geen ‘oefenterrein’ hebben, zoals ‘normale’ kinderen. Hoe kunnen ze die relationele kant ‘leren’?Ouders en leerkrachten waren het eens dat onze kinderen ook de gelegenheid moeten krijgen om elkaar te ontmoeten, te gaan dansen etc. (onder begeleiding). Dat hen dit sterker zal maken.
  • zorgen van m.n. ouders van jongens-‘testosteronbommetjes’ dat ze zullen ontsporen. Hoe kunnen we dit voorkomen? Kanaliseren?

Vragen?

Loopt u ergens tegenaan met uw kind of heeft u vragen over dit onderwerp, neem gerust contact op met Jacqueline Zandt.
Telefoon bij MEE Utrecht, Gooi & Vecht: 0900-6336363 of mobiel: 06-41413008, of per e-mail jzandt@mee-ugv.nl.

Websites over seksualiteit:

  • de website www.meerdanliefde.nl
    Op deze website vindt u alles over sexualiteit bij kinderen met een verstandelijke beperking. O.a. makkelijk toegankelijke informatie over het aangaan van sociale en seksuele contacten, hoe je je zelf weerbaarder kunt maken, etc.
  • www.begrensdeliefde.nl: databank met instrumenten en materialen over seksualiteit en de preventie, signalering en behandeling van seksueel geweld bij mensen met een beperking. Voor opvoeders en professionals.
  • www.sense.info
  • www.bewareofloverboys.nl

Het Veilige Huis

Het Veilige Huis is een samenwerkingsverband tussen ouders, vrijwilligers, opleiders en (zorg)instellingen. Door de krachten te bundelen en kennis te delen, willen zij seksuele opvoeding voor kinderen met een beperking zichtbaar en bespreekbaar maken en zo samen zorgen voor een veilige omgeving.

U vindt er o.a.:

  • een boekenkast (artikelen, folders, apps, lesmethoden,etc.)
  • een blog
  • een ouderpanel waar u met vragen terecht kunt

Ga naar de website