Organisatie

Het​ ​onderwijs​ ​in​ ​bouwen,​ ​groepen​ ​en​ ​stages 

Meerklank biedt een sociaal veilig pedagogisch leefklimaat en heeft tevens de opdracht leerlingen weerbaar te maken. Om dit te kunnen verwezenlijken, wordt binnen elk vakgebied bewust gewerkt aan redzaamheid en weerbaarheid. Er wordt gekeken naar de cognitieve mogelijkheden van de leerlingen, de resultaten op het gebied van zelfredzaamheid en sociaal-emotionele ontwikkeling en de behoeften van de leerling voor wat betreft de manier van leven. De sociaal emotionele ontwikkeling en de werkhouding (leren leren) geven meestal de doorslag bij het bepalen van de uitstroombestemming. 

VSO​ ​Meerklank​ ​werkt​ ​vanuit​ ​de​ ​fasen​ ​onderbouw,​ ​middenbouw​ ​en​ ​bovenbouw. 

Onderbouw:​ ​​Oriëntatiefase​ ​leerjaar​ ​1​ ​en​ ​2​ ​(12-14​ ​jaar)
In de oriëntatiefase wordt veel leertijd besteed aan de schoolse vakken. Daarnaast wordt kennis gemaakt met verschillende praktijkvakken. Bij alle vakken staat het aanleren van de basisvaardigheden voorop. In het ontwikkelingsperspectief wordt beschreven op welk niveau de leerling naar verwachting aan het einde van zijn schoolloopbaan zal functioneren op de verschillende ontwikkelingsgebieden (zoals mondelinge en schriftelijke taal, rekenen, sociaal emotionele ontwikkeling, leren leren, wonen, werken, vrije tijd). De vorderingen worden steeds vergeleken met het​ ​gewenste​ ​uitstroomniveau. 

Middenbouw:​ ​​Integratiefase​ ​leerjaar​ ​3​ ​en​ ​4​ ​(14-16​ ​jaar)
In aansluiting op de oriëntatiefase vervolgt de leerling de leerroute die er op gericht is hem zo goed mogelijk voor te bereiden op de vastgestelde uitstroombestemming. De praktijkvakken en interne -en in uitzonderingsgevallen al externe - stages, nemen in deze fase, ter oriëntering van de mogelijkheden van de leerling, een belangrijke plaats in. Aan het eind van de integratiefase wordt het perspectief van de leerling aangevuld met een interesseprofiel dat is opgesteld op basis van de voorkeuren die de leraar bij de leerling waarneemt en de voorkeuren die de leerling aangeeft in de arbeidsinteressetest. 

Bovenbouw:​ ​​Transitiefase​ ​leerjaar​ ​5​ ​t/m​ ​8​ ​(16-20​ ​jaar)
Tijdens de transitiefase wordt steeds meer leerling-specifiek gewerkt aan de doelstellingen binnen het ontwikkelingsperspectief. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de voorkeuren, interesses en mogelijkheden van de leerling. Het lopen van stages neemt, wanneer dat vanuit de behoefte en mogelijkheden van de leerling aan de orde is, een steeds belangrijkere plaats in. Dit zal altijd bekeken worden in het verlengde van de voor de leerling vastgestelde uitstroombestemming met​ ​inachtneming​ ​van​ ​de​ ​persoonlijke​ ​interesse.​ ​De​ ​leerlingen​ ​stromen​ ​uit​ ​tussen​ ​de​ ​18​ ​en​ ​20​ ​jaar. Het​ ​uitstroomtraject​ ​start​ ​ruim​ ​op​ ​tijd.